Veel mensen reizen naar Thailand om de bekende routes te ontdekken. Maak je voor het eerst een rondreis door Thailand, dan zijn de iconische plekken zonder twijfel prachtig om te bezoeken. Maar wie Thailand al vaker heeft bezocht, kan er ook eens aan denken om richting het Noorden van Thailand te reizen. Bijvoorbeeld naar de minder bekende Isan-regio: een gebied waar het dagelijks leven nog leidend is en toerisme kleinschalig blijft.
De Isan-regio beslaat het noordoosten van het land en grenst aan Laos en Cambodja. Hier proef je het authentieke Thailand: rijstvelden tot aan de horizon, dorpen waar de tijd lijkt stil te staan en een bevolking die je met open armen ontvangt. Engels wordt beperkt gesproken, maar vriendelijkheid en gastvrijheid spreken hier een universele taal.
Udon Thani: toegangspoort tot Noord-Thailand
Udon Thani ligt op ongeveer een uur vliegen vanaf Bangkok en is daarmee een ideale uitvalsbasis om het Noorden van Thailand te verkennen. Ook de treinreis vanuit Bangkok is populair onder reizigers die het landschap langzaam aan zich voorbij willen zien trekken, al duurt deze tocht zo’n 12 tot 14 uur.
Udon Thani is een levendige stad met goede hotels en een aangenaam lokaal ritme. Bezienswaardigheden zoals het Udon Thani City Museum en het Thai-Chinese Cultural Centre, beide centraal gelegen, geven inzicht in de geschiedenis en culturele diversiteit van de regio. Iets verder buiten de stad ligt het Ban Chiang Cultural Tourism Community, een UNESCO-gebied dat bekendstaat om zijn eeuwenoude archeologische vondsten.
Wat direct opvalt, is dat men hier nog weinig gewend is aan westerse reizigers. Een lokale gids verrijkt je bezoek enorm en zorgt ervoor dat verhalen, rituelen en symboliek tot leven komen. Net als in andere Thaise steden vormen ook hier de ochtend- en avondmarkten het kloppend hart van het dagelijks leven. Proef lokale Isan-gerechten zoals som tam en gegrilde kip.
Sakon Nakhon: de indigo-hoofdstad
Vanuit Udon Thani reizen we verder naar Sakon Nakhon, een rit van ongeveer twee uur. De weg ernaartoe is al een ervaring op zich: groene rijstvelden, tempels langs de weg en het rustige ritme van het platteland van Noord-Thailand.
Sakon Nakhon staat bekend als de indigo-hoofdstad van Thailand. Hier leer je het traditionele proces van indigo verven, van plant tot diepblauwe stof. Het is bijzonder om dit ambacht zelf te mogen ervaren en te begrijpen hoeveel kennis en geduld hierin schuilt.
We bezoeken de Phra That Choeng Chum-tempel, een belangrijk spiritueel centrum dat qua vorm en uitstraling doet denken aan tempels in Bangkok, maar met een veel rustigere sfeer. Een aanrader is ook Tha Rae Village, een Frans-Vietnamees dorp aan het Nong Han-meer. In de wintermaanden bloeien hier duizenden waterlelies en op 25 december trekt de jaarlijkse kerstparade bezoekers uit de hele regio.
Nakhon Phanom: leven langs de Mekong
Op weg naar Nakhon Phanom stoppen we bij Phra That Parukkanakhon, waar ik samen met Thaise vrouwen offers mag maken voor de tempel. Ondanks de taalbarrière ontstaat er direct verbinding, met veel gelach en warme blikken. Even later neem ik deel aan een gebed van de monniken, een ervaring die diepe indruk maakt. Het galmen van hun stemmen door de tempelgangen zorgt ervoor dat ik kippenvel krijg. Terwijl we langs alle Boeddhabeelden lopen, zie ik een kleine slang op een van de beelden. Ik schrik maar volgens mijn reisgezelschap is dit een teken van geluk.
Nakhon Phanom ligt direct aan de Mekong-rivier, met Laos aan de overkant. Het leven speelt zich hier af langs het water. De stad is langgerekt en nodigt uit tot wandelen of fietsen over het lange rivierpad, langs tempels, een kerk en een bibliotheek. Vooral het uitzicht over de Mekong, met de bergen van Laos op de achtergrond, maakt deze plek bijzonder.
Spirituele ochtenden en het ritme van het land
In Nakhon Phanom mag ik in de vroege ochtend offers brengen aan de monniken. Om vijf uur ’s ochtends gaat de wekker, maar met dat uitzicht over de Mekong bij zonsopgang voelt dit als een voorrecht. Tussen de lokale bevolking, wij als enige westerlingen, ervaar je hoe diep geworteld deze traditie is in het dagelijks leven. Je voelt je heel nietig wanneer je water en eten aan de monniken geeft die op blote voeten langs je lopen en niets anders aan hebben dan een oranje habijt. Ze houden een bedelkom vast waar wij de offers in doen. De belangrijkste monnik krijgt eerst en loop je als laatste in de rij, moet je de mazzel hebben dat men nog eten en drinken voor je heeft. Ook heb ik respect voor de Thaise bevolking die elke dag zo vroeg op staan om eten te geven aan de monniken.
Ook het planten van rijst, iets wat op meerdere plekken in Noord-Thailand mogelijk is, laat een onuitwisbare indruk achter. In de stromende regen, met laarzen diep in de modder, besef je pas hoeveel arbeid schuilt achter iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een bord rijst. De Thaise vrouwen, blootsvoets en lachend, tonen een geduld en veerkracht die je bijblijft.
Waarom reizen naar de Isan-regio?
Hoewel de afstanden in de Isan-regio groter zijn, je iets meer moeite moet doen om er te komen en informatie vaak alleen in het Thais beschikbaar is, kan ik vol overtuiging zeggen dat dit een van de meest pure regio’s van Noord-Thailand is. Hier reis je niet langs hoogtepunten, maar door het leven zelf.
Wil jij ook het Noorden van Thailand bezoeken? Neem contact met ons op en we helpen je graag bij het samenstellen van je rondreis naar Thailand, waarbij je het ongerepte zuiden niet overslaat.